Met je kind naar een therapeut?

Wanneer je je kind niet meer begrijpt

‘Een therapeut speelt dikwijls de rol van bemiddelaar’, zegt Delaroche. Een rol waar Cynthia (40) intussen het belang van inziet. ‘Thomas was tussen zijn elfde en dertiende in therapie. In het begin voelde ik me schuldig. Ik had het gevoel dat ik mijn taak aan iemand anders overliet, dat ik een slechte moeder was. Na een tijdje heb ik dat idee wat kunnen loslaten en dat heeft me heel erg opgelucht. Vandaag ben ik blij dat ik sommige dingen heb gedelegeerd.’ ‘Het is belangrijk om ouders gerust te stellen en hun duidelijk te maken dat kinderen het recht hebben om bang te zijn’, vindt Delaroche. ‘Ouders zijn ook niet altijd het best geplaatst om hun kinderen te helpen.’ Dat is vooral zo wanneer de vader en moeder zich zelf slecht voelen. Iets wat Bart (55) kan beamen: ‘De problemen met mijn dochter hebben me doen stilstaan bij mijn eigen zwaktes. Ze had behoefte aan een stevig kader, maar ik was niet in staat om autoritair op te treden zonder het gevoel te hebben dat ik het gedrag van mijn eigen gewelddadige vader kopieerde. Om mijn dochter te kunnen helpen moest ik eerst zelf in therapie. Kinderen kunnen ook de behoefte voelen om met iemand te praten die buiten het gezin staat, zonder dat dat een oordeel inhoudt over de ouders.’ Belangrijk is in elk geval dat je je zoon of dochter niet aan een spervuur van vragen onderwerpt wanneer hij of zij van een sessie terugkomt. ‘De psycholoog stelt me in korte bewoordingen gerust. Voor de rest respecteer ik de vertrouwelijkheid van de sessie’, zegt Sarah (36). Haar zoontje Linus (8), die een tweelingbroer heeft, vindt het belangrijk om erkend te worden als individu, vermoedt ze. Ze was in elk geval compleet verrast door de snelheid waarmee zijn probleem opgelost raakte. ‘Ik herkende Linus bijna niet meer. Voor de therapie was hij altijd kwaad of verdrietig, nooit tevreden … Vanaf de eerste sessie was hij opnieuw dat schattige jongetje van vroeger, een heel lieve deugniet. Op school doet hij het ook veel beter.’

Wanneer je omgeving aan de alarmbel trekt

‘Je kan er maar beter oor voor hebben als de leerkracht, de schoolverpleeg­ster, de zorgleerkracht, de dokter … aan de alarmbel trekt. Niet dat je er meteen een drama van moet maken, maar je mag de dingen ook niet minimaliseren’, vindt Patrick Delaroche. ‘Soms zijn ouders zo opgeslorpt door hun dagelijkse bezigheden dat ze niet merken dat hun kind minder vrolijk, minder aanwezig of minder aandachtig is dan anders’, zegt ook Chauveau-Obringer. Zo ook bij Cynthia. ‘Zelf had ik niks in de gaten, maar volgens zijn juf huilde Thomas de hele tijd. De psychologe stelde vast dat hij inderdaad een beetje angstig was, maar dat ik me geen grote zorgen hoefde te maken. Ze liet me inzien dat Thomas en ik sinds mijn scheiding heel close waren geworden.’ Luisteren naar je omgeving is dus goed, maar vertrouw ook niet te veel op snel-snel gestelde diagnoses over kinderen die een wat afwijkend gedrag vertonen. Jan is nog altijd kwaad op de leerkracht die Julie hyperactief noemde. ‘Meisjes moesten braafjes op hun stoel blijven zitten, maar jongens mochten rondlopen als ze daar behoefte aan hadden. Dat vond hij maar normaal!’ Het is dan ook belangrijk om, als de psychiater zegt dat alles goed gaat, dat te laten weten aan de school. ‘Op die manier is de school gerustgesteld en leren de leerkrachten op een andere manier te kijken naar kinderen’, zegt Patrick Delaroche.