Zelfanalyse: ‘Ik vind nooit de juiste repliek’

Achteraf weet je meestal wel wat je had moeten antwoorden, maar op het moment dat iemand je verbaal onderuithaalt sta je met je mond vol tanden. Hoe komt dat en hoe leer je het communicatieve steekspel beter beheersen?

Tekst Siska Verstraete- Illustratie Éric Giriat

‘Als ik het onderwerp goed ken en ik voel dat mijn ge­sprekspartner me goedgezind is dan loopt het ge­sprek vlot’, vertelt Emilie (33), mediaconsultant. ‘Maar als ik minder vertrouwd ben met het thema of wanneer er veel op het spel staat dan verlies ik mijn conversatietalent. Ik word overspoeld door emoties en ik kan niet meer helder nadenken. Meestal begin ik dan te stamelen of zeg ik banale dingen. Drie uur later weet ik precies wat ik had moeten zeggen, en dan ben ik kwaad op mezelf.’

Onderliggende overtuigingen – Hoe we reageren op een verbale uithaal heeft veel te maken met onderliggende overtuigingen, zegt psycholoog Bart Provost van BrainTrain. ‘Als je gelooft dat je niet zo welbespraakt bent, of als je je minder waard voelt dan je gesprekspartner, dan zal je sneller je mond houden uit angst om onbeholpen of dom over te komen. Die onderliggende overtuigingen zorgen er ook voor dat je achteraf hard oordeelt over jezelf. Je vindt jezelf niet goed genoeg omdat je niet spitsvondig genoeg uit de hoek bent gekomen. Maar dat soort oordelen over jezelf helpen je helemaal niet vooruit.’

Gevecht dat je moet winnen – Een andere valkuilovertuiging is denken dat je een gesprek moet ‘winnen’. Bart Provost: ‘Veel mensen geloven dat ze het laatste woord moeten hebben, of dat ze de ander schaakmat moeten zetten met een fantastische oneliner. Maar zodra je een verbaal gevecht aangaat kan je gesprekspartner niet anders dan in de tegenaanval gaan. Constructief wordt zo’n gesprek nooit.’

Bang voor de consequenties – Op het werk schrikken we er soms voor terug om anderen van repliek te dienen uit angst voor de gevolgen. ‘Als je een conversatie ziet als een gevecht dan zijn er winnaars en verliezers. En niemand verliest graag’, weet Bart Provost. ‘Het is dan ook niet zo gek om te veronderstellen dat je, als je je baas of collega de mond snoert met een scherpe oneliner, vroeg of laat de rekening gepresenteerd krijgt.’

Introverte persoonlijkheid – ‘Iets meer dan de helft van de bevolking is introvert’, gaat Bart Provost voort. ‘Introverte mensen willen eerst hun gevoelens en ideeën onderzoeken voor ze een antwoord geven. Wanneer ze in een ‘‘pingponggesprek’’ terechtkomen met een extravert, eloquent iemand die snel reageert zijn ze sowieso al in het nadeel. Hebben ze daar bovenop een opvoeding gekregen waarbij ze afgestraft werden wanneer ze hun ouders tegenspraken, of groeiden ze op in een gezin waarin iedereen op een warme manier met elkaar communiceerde dan wordt het voor hen wel heel moeilijk om de ander van repliek te dienen.’

Hoe aanpakken?

Juiste vragen stellen
‘Mensen willen vaak oneliners poneren maar degene die het meeste gewicht kan hebben in een gesprek is degene die de juiste vragen stelt’, aldus Bart Provost.  Stel dat je collega op een bepaald moment iets zegt als ‘‘jij met je diploma uit de sjiekenbak’’, vraag dan waarom hij die opmerking maakt in plaats van te proberen hem op jouw beurt onderuit te halen.’

Je doel bepalen
‘Vraag je eerst af wat je wilt bereiken met je gesprek’, zegt Bart Provost nog. ‘Wil je bijvoorbeeld een vreemde vrouw die probeert voor te kruipen op haar plaats zetten dan hoef je je geen zorgen te maken over hoe jouw repliek op haar overkomt. Ben je aan het praten met je baas dan kan je hem beter niet laten afgaan.’

Controle loslaten
‘Een gesprek volledig in handen houden is een illusie’, vindt Bart Provost. ‘Achteraf denk je misschien: had ik dit gezegd, dan had ik de ander zeker de mond gesnoerd. Maar dat kan je nooit weten. Misschien was je gesprekspartner dan nog sterker uit de hoek gekomen.’

Leren improviseren
‘Repliceren leer je vooral door het veel te doen’, weet Bart Provost. ‘Dat betekent niet dat je conflicten moet uitlokken om te kunnen oefenen. Je schrijft je beter in voor een workshop improvisatie: daar leer je hoe je mee veert met je gesprekspartner in plaats van ertegenin te gaan.’

Persoonlijk
Laurence, (53) logopediste

‘Mijn man is heel ad rem. Hij houdt ervan om met woorden, met betekenissen te spelen. Die spitsvondigheid heb ik altijd heel aantrekkelijk gevonden. Aan de andere kant voel ik me soms een beetje klein naast hem. En wanneer hij samen met onze dochters, die het talent van hun vader hebben geërfd, een verbaal steekspel speelt voel ik me ook wat buitengesloten. Als logopediste hang ik nogal vast aan de spelling van een woord. Ik zou nooit een grapje maken als ‘‘Denk jij dat je Steve Miller Band?’’ Ik hou ook graag alles onder controle, ben bang om belachelijk over te komen. Door de jaren heen heb ik wel geleerd om de dingen wat meer los te laten, heb niet zoveel schrik meer om eens op mijn bek te gaan. Af en toe breng ik mijn dochters zelfs aan het lachen. ‘‘Eigenlijk ben je wel grappig’’, zei mijn jongste dochter ooit. Een mooi compliment!’