Help: ‘Mijn zoontje kan niet alleen spelen’

Met ontwikkelingspsychologe Inge Glazemakers 

Text Barbara Seynaeve

‘Niet alleen is het gezond voor hun ontwikkeling, het is ook erg handig als kinderen op die leeftijd in hun eentje kunnen spelen. Op die manier heb je wat tijd voor jezelf, voor het huishouden of voor dringende facturen die er al weken liggen te blinken.’

‘Sommige kleuters slagen er als vanzelf in om zich in hun eentje bezig te houden, maar over het algemeen is dat ook de leeftijd waarop ze graag in de buurt van hun ouders blijven. Omdat ze huilen, achter je aan lopen en soms letterlijk aan je broekspijp blijven hangen is het niet altijd gemakkelijk om even afstand te nemen. Zeker als je vindt dat je niet genoeg tijd maakt voor je kinderen zal je geneigd zijn om toe te geven aan de smeekbede om aandacht.’

‘Maar door opnieuw naar je kleuter toe te gaan hou je ongewild een systeem in stand waarbij hij beloond wordt voor ongewenst gedrag. “Als ik begin te huilen dan komt mama terug.” Het zou ook kunnen dat je zoontje het gewend is om samen met zijn broertje of zusje te spelen, en dat het wat verloren loopt als hij een namiddag alleen bij jou is. Jongere kinderen zijn het gewoon om geëntertaind te worden, en kunnen het daarom wel eens moeilijk hebben om individueel bezig te zijn.’

‘In beide gevallen vergt het oefening om je kind te leren hoe het alleen kan spelen. Het is een vaardigheid die ze niet van de ene op de andere dag beheersen. Een eerste stap is nadenken waar je kind enthousiast van wordt, en of hij die activiteit alleen kan doen. Wil je niet dat je hele huis vol verf hangt dan is schilderen misschien niet ideaal.’

‘Maar tekenen, Duploblokken stapelen, een treinspoor door de kamer maken of puzzelen zijn uitstekend geschikt om niet al te veel kwaad mee te kunnen aanrichten. Ga misschien een verse lading boekjes halen in de bibliotheek, of ruil ongebruikt speelgoed binnen je familie, zodat je kind met iets nieuws bezig kan zijn. Zeker als kinderen een ouder broertje of zusje gewoon zijn kunnen nieuwe prikkels heel goed werken.’

‘Speel aanvankelijk actief mee, tot je er zeker van bent dat je kind helemaal opgaat in zijn spel en vergroot daarna systematisch de afstand tussen jullie. Stap niet in één keer weg, maar ga een metertje verder zitten terwijl je je zoontje aandacht blijft geven. Maak oogcontact en stel vragen over het spel. Wat ben je aan het tekenen of maken? Is dat een boom? Zulke dingen.’

‘Op die manier bevestig je gewenst gedrag in plaats van hem aandacht te moeten geven omdat hij huilt. Laat telkens opnieuw wat meer ruimte tussen jullie beiden, tot je een weekje later bijvoorbeeld effectief met iets anders bezig kan zijn terwijl je zoontje alleen aan het spelen is. Als je het te bruusk aanpakt zal je dat snel merken aan zijn reactie. Probeer wat geduld te oefenen, en neem je tijd om gradueel afstand te nemen.

Meer lezen : Bo maakt alles zelf, Arianne Faber (Eenhoorn, 2008)