9 lessen uit Japan

Met Marie Kondo en haar opruimsessies was de toon gezet, en met trends als wabi sabi (de schoonheid van imperfectie) bleven de boeken komen. We kijken massaal naar Japan om langer, gezonder en gelukkiger te leven. 

Tekst Marie-Laurence Grézaud en Kristel Bruynseels

Net omdat de Japanners een ijverig volk zijn met harde werkers, kampten zij al sneller met kwalen die een moderne, gejaagde levensstijl met zich meebrengen. Om lichaam en geest weer in balans te brengen, gingen de Japanners zelf grasduinen in hun verleden van geisha’s en samoerai. Daar vonden ze eeuwenoude technieken om opnieuw vitaal door het leven te gaan en die levenslessen uit het land van de rijzende zon kunnen ook ons baten. Met een paar kleine ingrepen, ben je in een wip een frissere versie van jezelf!

 

  1. Kôyô

De zachte, verende grond onder je voeten, de houtige geur van stammen, bladeren en mos en niets dan geritsel, getsjielp en ruisende kruinen: een wandeling in het bos is een boost voor al je zintuigen en brengt rust. Bosbaden of shinrin-yoku noemen de Japanners het en zij weten als geen ander dat het je stresshormonen en bloeddruk verlaagt en je hartritme weer in balans brengt. In Japan gaan ze nog een stapje verder: ze kiezen hun wandelmoment zorgvuldig in functie van de kôyô: het moment in de herfst waarop de groene bladeren aan de bomen rood of geel beginnen te kleuren. De verkleurende bladeren zetten namelijk aan tot contemplatie en prikkelen de zintuigen nog meer. Bij ons staan op zo’n momenten het Zoniënwoud en het Meerdaalwoud bijvoorbeeld in vuur en vlam, een prachtig, verkwikkend schouwspel. Hét moment om rustig in je eentje, of net vrolijk met vrienden en familie, eropuit te trekken en de waan van de dag helemaal achter je te laten.

Shinrin-Yoku. De Japanse kunst van het bosbaden. Yoshifumi Miyazaki (Spectrum, 2018)

 Lees de andere 8 lessen in PSYCHOLOGIES, nu in de dagbladhandel