Goede voornemens

De weg naar het moederschap is net als de weg naar de hel geplaveid met goede voornemens, dacht ik toen ik mijn zonen op de bank zag zitten. Ze hadden beiden een zakje met snoep omgekieperd en zaten de buit te tellen. De buit van het meedoen aan een lokale traditie waarbij kinderen aanbellen bij de buren, een liedje zingen en een snoepje mogen kiezen. Er lag snoep op de bank die ik nooit had gezien. En zakjes chips. Bij huizen waar men enkel mandarijntjes aanbood, bedankten mijn jongens vriendelijk doch resoluut. Daarvoor waren ze immers niet gekomen.

De buit was geteld. De jongste had 22 snoepjes en de oudste 20. Ze hadden aan dezelfde deuren aangebeld, dus het verschil van maar liefst twee snoepjes was eigenaardig en leidde uiteraard tot een crisis. Ik stond erbij en keek ernaar en herinnerde me ettelijke goede voornemens. De oudste zou geen suiker krijgen want we weten allemaal dat suiker nergens goed voor is. Uiteraard zou hij ook geen vlees krijgen én geen dierlijke producten. De mevrouw van de crèche waar ik hem destijds inschreef, vroeg wat hij dan op zijn boterhammen moest eten. Goede vraag. ‘Hummus?’, probeerde ik. Daar had ze nog nooit van gehoord. Ik ging schoorvoetend akkoord met confituur, en mompelde nog net luid genoeg iets over ‘dus-geen-choco…’ Tegen de tijd dat ik ook de tweede bracht, at de oudste gezellig mee met elke pannenkoek die er werd gebakken en glimlachte ik als ik een foto doorgestuurd kreeg van een brede choco-grijns. Vegetarisme en het vermijden van dierlijke producten houden we er wel in, maar ik geef geen kick meer als ze op een verjaardagsfeestje een hotdog hebben gegeten en een vanille-ijsje toe. De tv, die uiteraard enkel gebruikt zou worden voor verantwoorde programma’s en in gezinsverband, blijkt een prima oppas te zijn als ik eens rustig wil douchen of uitslapen. En natuurlijk zouden er nooit speelgoedwapens in huis komen, maar als ze het ergens gekregen hebben, gooi je het als moeder ’s nachts ook niet stiekem weg.

Mijn enige excuus voor de voornemens die ik niet waar kan maken, is dat er ook dingen zijn die ik me niet had voorgenomen en die ik wel doe. We lezen elke dag samen. Ik zeg mijn kinderen bijna dagelijks dat ik van hen hou en trots ben op hen. Ik kook meestal vers, maar als dat niet lukt halen we gewoon pizza of frietjes. Ik ben dan wel geen moeder die de touwtjes strak in handen houdt, maar ik ben wel ontspannen en kan omgaan met de imperfecties van het echte leven. Ik denk dat ze trouwens liever een moeder hebben die af en toe haar schouders ophaalt, dan ééntje die nepworstjes meegeeft naar verjaardagsfeestjes met hotdog-risico. Ik moet uiteindelijk ook wat aan hun imago denken.

De snoepjes zijn geteld, een gedeelte van de buit is verorberd en de jongens zijn tijdens het avondmaal tien keer enthousiast naar de voordeur gerend om andere zingende kinderen uit onze totaal onverantwoorde snoepcollectie te laten kiezen. Bij het rennen naar de deur is de jongste minstens één keer tegen de muur gelopen.

We poetsen de tanden extra goed. Verzadigd van suiker en plezier liggen ze met blinkende oogjes in bed.
‘Zijn snoepjes goed voor je, of slecht voor je?’, vraagt de jongste, die met het thema gezondheid bezig is op school.
‘Niet zo goed,’ antwoord ik eerlijk.
Hij kijkt bedachtzaam.
‘Maar dat geeft niet vandaag,’ vertel ik hem. ‘Je kan enkel proberen het zo goed mogelijk te doen, en lief zijn voor jezelf als dat niet helemaal lukt.’
Welkom in het echte leven, denk ik als ik op de bank neerplof met een kommetje nootjes. En ik neem me voor om – wat er ook gebeurt – de jongens te leren mild te zijn, voor zichzelf en anderen. Als ik hen iets kan meegeven, mag het (zelf)compassie zijn. Al dan niet met een schepje suiker erbij.

Hade Wouters is journaliste, mama van drie zonen en adviseur in een onderwijsorganisatie

Foto: Carmen De Vos