WEB_GEZ_Pornobrein

Schaadt porno onze hersenen?

Zin in porno? Vandaag moet je niet met rode oortjes een video of magazine op de toonbank leggen, met enkele muisklikken kan je thuis alles zien wat je je kan inbeelden, en zelfs meer. Wat doet dat met je brein? En wat kan een relatie je nog bieden na deze beelden? ‘Prikkelingsverslaving is een belangrijke factor bij het ontstaan van sociale onhandigheid, angst en erectiestoornissen bij adolescenten’, zegt auteur van Het pornobrein, Garry Wilson.

Tekst: Sigyn Elst – Beeld: Shutterstock

‘Porno kijken is normaal, maar niet onschuldig’ – Garry Wilson, auteur van Het pornobrein

Het internet heeft een verpletterende evolutie ontketend: de vrijheid om over bijna alle informatie inzake bijna alle domeinen te beschikken. Keerzijde is dat de snelheid waarmee je aan info geraakt soms niet meer te overzien is. Kinderen en jongeren kunnen hetzelfde vinden als datgene wat hun ouders op het scherm zien. Porno bijvoorbeeld. Dat zit niet meer weggestopt achter een +18-gordijn zoals vroeger in de videotheek, maar is ook voor hen slechts een muisklik verwijderd.

Volgens de website seksualiteit.be, een initiatief van Sensoa, heeft 40 procent van de 8- tot 12-jarigen al eens naaktbeelden of geweld gezien op het internet. Er bestaan filters om dat te voorkomen, maar helemaal feilloos zijn die nooit. En wie zegt dat de laptops en smartphones van vriendjes beveiligd werden met een filter? Dat je puber zelf op zoek gaat naar seksuele beelden is op zich normaal, stelt seksualiteit.be. ‘Maar het is belangrijk om jongeren te vertellen dat porno geen realistisch beeld geeft van een seksuele relatie. Als ouder kan je dus wel best een beetje bijsturen. Grijp je kans als je samen tv kijkt of een artikel in de krant leest.’

Steeds meer

Is met bijsturen de kous af? Niet volgens fysioloog Garry Wilson. Hij schreef Het pornobrein, over het effect van online porno op het brein. Hersenen zijn immers neuroplastisch en kunnen door ervaringen – zoals het veelvuldig consumeren van porno – veranderen. Wilson duidt met cijfers aan hoe de consumptie van online porno jaar na jaar stijgt, ook bij jongeren. In 2008 bleek dat 14,4% van de jongens voor hun 13de jaar porno had gezien. In 2011 was dit percentage gestegen naar 48,7%. Tussen de 15 en 29 jaar heeft 100% van de mannen pornosites bezocht en 82% van de vrouwen. Veel experts stellen dat het normaal is en dat internetporno daarom iets onschuldigs is. ‘Dat eerste klopt, maar het tweede niet’, stelt Wilson.

Volgens hem kan je met zekerheid zeggen dat onder studenten één op vijf jongens en één op twintig meisjes tegenwoordig verslaafd zijn aan internetporno. Als je dan weet dat dit aanleiding kan geven tot ernstige relationele problemen, sociale angst en depressie, is er een maatschappelijk probleem, vindt hij. In zijn boek is hij scherp voor de eerder lakse houding van veel experts. Je kan immers verslaafd geraken aan middelen, maar ook aan gedrag, stelt hij.

Elders op het web