laten helpen_w_psychologies

Laat je helpen!

We hebben elkaar nodig, zo zit het menselijke kuddedier nu eenmaal in elkaar. En gelukkig maar, want die onderlinge afhankelijkheid maakt ook dat we ons blijven verbinden en een samenleving vormen. Toch vinden we het lang niet zo evident om elkaar om hulp te aanvaarden. Zijn we té individualistisch geworden? Te bang om kwetsbaar te zijn? Als remedie: tips om wat makkelijker hulp te vragen.

Tekst Anne Wislez – Beeld Shutterstock

 

‘Door iemands hulp af te slaan geven we de ander impliciet het signaal dat hij of zij het ook maar alleen moet zien te rooien. De druk die we op onszelf leggen, leggen we onbewust ook op anderen’ – Birsen Taspinar, klinisch psycholoog en antropoloog

Je kan natuurlijk eens bij een buur binnenspringen om een boor te lenen of vrienden optrommelen om je te helpen verhuizen. Niemand die daar vreemd van opkijkt. Op dezelfde manier maken drukke mensen of dubbelverdieners dankbaar gebruik van tal van services zoals poetshulp, crèches of strijkdiensten. Hulp inroepen wordt dan onderdeel van het huishoudelijke ‘management’. En we betalen ervoor, dat maakt in onze hulpbeleving een wereld van verschil. ‘Ik kies voor mijn carrière, dus moet ik bepaalde zaken uit handen geven.’ Hulp inroepen geeft je in die context een gevoel van controle. Heel anders wordt het wanneer hulp vragen een gevoel oproept van afhankelijkheid. We zien onszelf niet graag als hulpbehoevend, in nood, ondergeschikt. Het schaadt ons gevoel van zelfvertrouwen, roept soms zelfs schaamte op. Zeker als we het associëren met een gevoel van ‘niet voldoen’ of ‘niet goed genoeg zijn’, of het zien als een teken dat we een slechte ouder zijn, een onbekwame werknemer, iemand die geen vat heeft op zijn leven of de verkeerde keuzes heeft gemaakt.

Die negatieve perceptie van hulp is volgens klinisch psycholoog, antropoloog en auteur Birsen Taspinar gelinkt aan onze individualistische en prestatiegerichte samenleving. In culturen waarin de gemeenschapszin meer benadrukt wordt, leven mensen juist meer ‘voor elkaar’. Maar in onze individualistische wereld leven we ‘voor onszelf’. Meer nog: ‘voor een steeds betere versie van onszelf’.

‘Alleen onze taal verraadt het al: we praten over topambtenaren, topactrices … als het maar top is. In dat eeuwige streven naar de top verliezen we onze inherente kwetsbaarheid uit het oog’, zegt de psychologe. Zelf riep ze diezelfde ochtend nog externe hulp in voor haar zieke dochter, terwijl haar moeder liet weten dat ze best voor haar kleinkind wilde zorgen. ‘Het is een gek mechanisme: juist door iemands hulp af te slaan – ook al is dat om hem of haar te sparen – geven we die ander impliciet het signaal dat we het allemaal alleen kunnen redden, én dat de ander dat ook moet doen. De druk die we op onszelf leggen, leggen we onbewust ook op anderen. Misschien omdat we ook de ander liever niks verschuldigd willen zijn. We zijn getraind om lineair te denken: als-dan. Als ik jouw help, verwacht ik hulp terug – en omgekeerd. Maar we verliezen daarbij het circulaire uit het oog: alles wat we doen, heeft ook invloed op de bredere context. Want hoe individualistisch we in het westen ook leven, we blijven deel van een groter systeem waar we sowieso een stuk afhankelijk van zijn. Voor mij is geen hulp durven vragen een vorm van zelfverwaarlozing. We zien hulp nodig hebben als een zwakte, een tekortkoming. Terwijl het gewoon een inherent aspect is van mens zijn.’

(meer lezen in Psychologies februari-editie 2019, vanaf 8 januari in de winkel)

 

TIPS: Hoe zet je de stap naar hulp?

  1. Onderzoek je noden. Vraag je af waarvoor je precies hulp nodig hebt. Heb je iemand nodig die met jou meezoekt naar een andere baan, of heb je eigenlijk behoefte aan goedkeuring voor je verlangen om van job te veranderen? Wat wil je écht? Je noden goed kennen is het begin van bevredigend hulp vragen en ontvangen.
  2. Vraag je af aan wie je het best hulp kan vragen. Vraag steun en hulp aan zij die je vertrouwen waard zijn. Ken je in je omgeving niet meteen zo iemand, ga dan te rade bij professionele hulpverleners. Laat je eventueel via via adviseren, maar wees alert dat iemand die goed is voor een vriend(in), niet per se geschikt is voor jou.
  3. Zoek een goed moment om je hulpvraag te stellen. Dat is een moment waarop je de volle aandacht en discretie krijgt, niet zomaar tussen pot en pint door. Niet of maar half gehoord worden kan bij een vraag om hulp zeer kwetsend zijn en maken dat je het geen tweede keer meer durft te vragen.
  4. Geef de ander de vrijheid om te aanvaarden of te weigeren. Ga uit van een open respectvolle communicatie, waarbij de ander ruimte heeft voor zijn mening, weigering of het zoeken naar een voor hem aanvaardbaar compromis. Uit gerust je dankbaarheid of spijt als hij je vraag aanneemt of weigert, maar uit geen verwijten. Emotionele manipulatie zorgt zelden voor een bevredigende hulpuitwisseling. Weigert iemand, vraag dan of het eventueel een ander moment kan, of vraag of hij iemand anders kent die je zou kunnen helpen. Laat de weigering van de ander je niet afbrengen van jouw nood: concludeer hieruit niet dat je niemand om hulp mag vragen, alleen dat deze persoon je niet onmiddellijk kan helpen, en ga op zoek naar iemand anders.
  5. Aanvaard iemand je hulpvraag, maak dan meteen duidelijke afspraken. Waar spreken jullie af, wanneer, en wat verwachten jij en de anderen van deze uitwisseling? Ontvang wat de ander kan geven, ook al is het niet helemaal wat je had verwacht. Zoek eventueel verder naar een aanvulling.
  6. Oefen klein. Lijkt hulp vragen je echt heel griezelig, begin dan met kleine onschuldige zaken: zoals even vragen of iemand de leiband van je hond vasthoudt, terwijl je je jas dichtknoopt. Of vraag de cafébaas of hij je tafel even wil schoonvegen. Of vraag iemand de weg naar het postkantoor.

Lees ons volledige dossier: LAAT JE HELPEN, nu in Psychologies (vanaf 8 februari 2019)

 

Elders op het web