Minder werken, minder stress … Feit of fabel?

Steeds meer werknemers besluiten vier vijfde te gaan werken om werk en privé beter op elkaar af te stemmen. De laatste jaren klinkt de vraag naar een algemene vierdagenwerkweek alsmaar luider. En wat te denken van de groeiende groep jongeren die bewust voor een deeltijdse job kiest bij de start van hun carrière? Goed voor het mentale welzijn? Of zijn er valkuilen?

Tekst Katrien Elen

In 2020 werkte maar liefst 26,8% van de loontrekkenden deeltijds. Dat is bijna een verdubbeling in vergelijking met de cijfers op het einde van vorige eeuw. Vier vijfde werken is het populairste regime. Een gunstige evolutie naar een betere balans tussen werk en privé, zou je denken. Maar komt zo’n stelsel ons mentale welzijn ook echt ten goede? We legden het voor aan professor arbeidspsychologie Sara De Gieter en aan professor Elke Van Hoof, die gespecialiseerd is in stress en burn-out. Beide experten hebben zo hun bedenkingen. De Gieter: ‘Het grote probleem aan vier vijfde gaan werken, is dat er vaak weinig aan het takenpakket verandert. Dikwijls wordt er van werknemers verwacht dat ze hun oude fulltime job op vier dagen doen. Daardoor gaan mensen langere dagen kloppen, wat de stress verhoogt. Al zijn er uiteraard ook organisaties die wél goede afspraken maken.’ Volgens Van Hoof zit het probleem bovendien niet alleen bij de onrealistische verwachtingen van de werkgever, maar ook bij onszelf en hoe we die vrije dag invullen: ‘Als je ervoor kiest om 80% te werken en die vrije 20% aan zelfzorg en hobby’s besteedt, dan zie ik daar heil in. In de praktijk merk ik dat de vrijgekomen tijd naar het huishouden en kinderopvang gaat. Dan ben je niet met stressbeheersing bezig. Zeker niet wanneer je op het werk nog steeds dezelfde targets moet halen.’

Overweeg je om in zo’n stelsel te stappen, kijk dan goed uit. Maak met je werkgever goede afspraken over je takenpakket én besteed (een deel van) de vrijgekomen tijd aan ontspanning. Er meteen een bijberoep bij nemen, die vrije dag volplannen met afspraken of een engagement als vrijwilliger opnemen verlicht de druk niet. En sta ook even stil bij het feit dat het veel vaker vrouwen – vooral moeders – zijn die deeltijds werken. Daardoor bouwen vrouwen als groep minder pensioenrechten op én missen ze carrièrekansen. Ook zorgwekkend is dat deeltijds werkenden vaker welgesteld zijn, zij kunnen zich het inkomensverlies immers veroorloven.

Uiteraard zijn er situaties waarin het sowieso wel een goed idee is om te kiezen voor deeltijds werk. Het is bijvoorbeeld aan te raden wanneer je van een burn-out herstelt of langdurig ziek bent geweest. ‘Zo kun je weer wennen en tegelijk aan je herstel werken,’ zegt De Gieter. ‘Ook voor de organisatie is het voordelig dat je progressief het werk hervat. Zo verklein je het risico dat je meteen weer uitvalt.’ ‘Maar na drie maanden kun je gerust weer voltijds gaan werken,’ voegt Van Hoof toe. ‘Het is een fabel dat je na een burn-out niet meer fulltime aan de slag kunt. Al zien we vaak wel dat de prioriteiten zijn veranderd en dat mensen er toch voor kiezen om op lange termijn deeltijds te gaan werken.’ …

 

LEES VERDER IN PSYCHOLOGIES, NU IN DE WINKEL …